Financiële positie
De gevolgen van de wereldwijde kredietcrisis zijn groot, zoals u elke dag in de krant leest of op het journaal hoort. Ook het BPF voor het Film en Bioscoopbedrijf merkt de effecten hiervan. In de eerste plaats is ons vermogen door de dalende beurskoersen afgenomen. Daarnaast is de marktrente fors gedaald. Hierdoor moeten we nu meer geld reserveren om straks de pensioenen te kunnen betalen.
Dekkingsgraad
De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds en de pensioenverplichtingen: de nu en in de toekomst uit te betalen opgebouwde pensioenen. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies voldoende geld in kas om de huidige en toekomstige pensioenen te betalen. Bij een dekkingsgraad van meer dan 100% beschikt het fonds over een buffer.
Eind juli 2010 is de dekkingsgraad vastgesteld op 99,6%.
Een pensioenfonds moet voldoen aan twee dekkingsgraden: de minimaal vereiste dekkingsgraad; die is 105%. Daarnaast is er een vereiste dekkingsgraad. Deze is per fonds verschillend. Dit verschil is onder andere afhankelijk van de aard van de beleggingen (het percentage aandelen) en de gemiddelde leeftijd van de deelnemers van het fonds. De vereiste dekkingsgraad van het BPF voor het Film en Bioscoopbedrijf is 117%.
Binnen vijftien jaar moet de dekkingsgraad weer op het wettelijk minimaal vereiste niveau van 117% zijn. Het BPF voor het Film en Bioscoopbedrijf heeft daarom een herstelplan opgesteld. Dit is een plan van aanpak om de dekkingsgraad te verhogen naar minimaal 117%. Zolang er sprake is van een dekkingstekort kunnen de pensioenen niet worden aangepast aan de loonontwikkeling.
Premie verhoogd
De premie is per 1 januari 2010 verhoogd. Dit staat los van de kredietcrisis. DNB heeft vastgesteld dat de premie niet langer kostendekkend was. De huidige pensioenpremie draagt niet bij aan het herstel van het pensioenfonds. Erger: vanaf 2011 leidt het huidige premie(niveau) van 18,4% tot een verslechtering van de dekkingsgraad van het fonds. De tekortkoming is onder meer een gevolg van de verhoging van de kostenvoorziening (van 2% naar 8%) die het fonds gedwongen is in te voeren. De Nederlandse Bank eist, op basis van artikel 2.1 van de uitvoeringswet, dit te repareren, vanaf 2010. Met ingang van 1 januari 2010 bedraagt de werkgeverspremie 15,2% en de werknemerspremie 5,6% na aftrek franchise. De totale premie is 20,8%.

