Overlijden
Als u overlijdt, krijgt uw partner een maandelijkse uitkering (partnerpensioen), zolang uw partner leeft. Ook uw kinderen ontvangen dan een uitkering (wezenpensioen), tot hun 21ste verjaardag. Of tot hun 27ste, zolang ze nog studeren. Uw partner heeft recht op een uitkering van het partnerpensioen van het pensioenfonds vanaf de eerste dag van de maand na uw overlijden.
Hoogte
Voor de hoogte van het partnerpensioen maakt het uit of u op het moment van overlijden nog wel of niet meer pensioen opbouwde. Als u overlijdt en bent u op dat moment deelnemer aan het pensioenfonds en bouwde u pensioen op? Dan bedraagt het partnerpensioen 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Het maakt niet uit of uw partner een eigen inkomen heeft. Hebt u het partnerpensioen gedeeltelijk ingeruild (voor een hoger ouderdomspensioen), dan krijgt uw partner een lager partnerpensioen.
Een overlijden melden
Een overlijden moet altijd bij de burgerlijke stand worden doorgegeven. De burgerlijke stand geeft het overlijden automatisch door aan het pensioenfonds. Het pensioenfonds neemt dan contact op met de nabestaanden. Als het pensioenfonds een maand na het overlijden nog geen contact heeft opgenomen, dan kan het overlijden ook rechtstreeks bij het pensioenfonds worden gemeld.

