Begin- en einddatum
Het tijdstip waarop u kunt uittreden is afhankelijk van uw leeftijd.
| Geboren in | Leeftijd waarop kan worden uitgetreden |
|---|---|
| 1945 | 61 jaar |
| 1946 | 61,5 jaar |
| 1947 | 62 jaar |
| 1948 | 62,5 jaar |
| 1949 | 63 jaar |
U ontvangt de uitkering aan het eind van de maand. U blijft tot uw 65e deelnemen aan de (nieuwe) pensioenregeling.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid om op een later tijdstip uit te treden. De uitkering wordt echter nooit hoger dan 100% van de voor u geldende uitkeringsgrondslag. Deze grondslag wordt vastgesteld op het moment dat u voor het eerst gebruik kan maken van de regeling (vroegst mogelijke uittredingsleeftijd). Bovendien moet de uitkering in ieder geval ingaan als u 64 jaar en 9 maanden oud bent.
Omdat de uitkering bij uitstel boven 100% van de uitkeringsgrondslag uitkomt, wordt het meerdere gereserveerd om te worden overgedragen naar de voor u geldende pensioenregeling. De overdracht vindt plaats als u de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt. Daarbij gelden de regels voor waardeoverdracht zoals de van toepassing zijnde pensioenregeling hanteert.
De vutuitkering eindigt op de pensioendatum. U krijgt dan pensioen. De VUT-uitkering stopt ook als u weer gaat werken of als u overlijdt. Bij overlijden kunnen de nabestaanden eenmalig een uitkering krijgen ter waarde van driemaal de VUT-uitkering die de deelnemer de maand van overlijden zou ontvangen.

