De VUT-regeling

Voor deelnemers geboren voor 1 januari 1950 en die onafgebroken hebben deelgenomen in de pensioenregeling vanaf ten minste 31 december 2000, blijft de VUT-regeling van kracht. Deze deelnemers kunnen (afhankelijk van hun leeftijd) in aanmerking komen voor een VUT-uitkering als zij langer dan 10 jaar ononderbroken in het film- of bioscoopbedrijf werkzaam zijn op de dag dat ze gebruik maken van de regeling. In onderstaand schema is dit. uitgewerkt.

Geboren in Leeftijd waarop kan worden uitgetreden
1946 61,5 jaar
1947 62 jaar
1948 62,5 jaar 
1949 63 jaar

 

Zij blijven tot hun 65e deelnemen aan de pensioenregeling. Omdat voor deze groep de pensioenopbouw doorloopt tot aan hun 65e is het opbouwpercentage verlaagd naar 1,5% van de pensioengrondslag.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid om op een later tijdstip uit te treden. De uitkering wordt echter nooit hoger dan 100% van de voor de werknemer geldende uitkeringsgrondslag. Deze grondslag wordt vastgesteld op het moment dat de werknemer voor het eerst gebruik kan maken van de regeling (vroegst mogelijke uittredingsleeftijd). Daarom moet u die uitkering ook aanvragen binnen drie maanden nadat u voor het eerst gebruik kunt maken van de regeling. Bij een te late aanvraag bestaat er geen recht meer op een uitkering.

Bovendien moet de uitkering in ieder geval ingaan als de werknemer 64 jaar en 9 maanden oud is. Omdat de uitkering bij uitstel boven 100% van de uitkeringsgrondslag uit kan komen, wordt het meerdere gereserveerd om te worden overgedragen naar de voor de werknemer geldende pensioenregeling. De overdracht vindt plaats als de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Daarbij gelden de regels voor waardeoverdracht zoals de van toepassing zijnde pensioenregeling hanteert.