Partnerpensioen

Als u overlijdt, ontvangt uw partner een partnerpensioen van 70% van uw ouderdomspensioen. Het maakt daarbij niet uit of u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt. 

Partner
Een  'partner' is:

  • uw echtgenoot of echtgenote
  • degene met wie u een geregistreerd partnerschap hebt
  • degene met wie u een notariële samenlevingsovereenkomst hebt, waarin is vastgelegd dat beide partners een gezamenlijke huishouding voeren

Daarnaast moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven en ten minste een half jaar samenwonen.

Het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de notariële samenlevingsovereenkomst moet bovendien vóór uw 65ste zijn ingegaan. Ook als u samenwoont op basis van een samenlevingsovereenkomst kan uw partner in aanmerking komen voor partnerpensioen. Meer informatie hierover vindt u bij Trouwen en samenwonen'. Hebt u voordat u met pensioen ging de bedrijfstak verlaten? Dan hebben uw nabestaanden recht op 70% van het pensioen dat u hebt opgebouwd in de tijd dat u in dienst was.

Pensioen inruilen
In de regeling zoals die gold tot 1 januari 2001 bouwde een deelnemer naast ouderdomspensioen ook partnerpensioen op. Vanaf 2001 was dat partnerpensioen op risicobasis verzekerd. Dit betekende dat het pensioen alleen van kracht was zolang een werknemer actief deelnam aan de pensioenregeling. Vanaf 2006 wordt het partnerpensioen opgebouwd. Dit betekent dat het opgebouwde partnerpensioen voor u blijft staan, ook als u de bedrijfstak verlaat.

Partnerpensioen inruilen voor een hoger ouderdomspensioen
Hebt u partnerpensioen opgebouwd en gaat u met pensioen of uit dienst, dan kunt u ervoor kiezen het partnerpensioen in te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Dat kan bijvoorbeeld als u geen partner (meer) hebt, of als uw partner een eigen inkomen heeft. In het laatste geval maakt u deze keuze samen met uw partner. Als u eenmaal gekozen hebt, kunt u dit niet meer veranderen. U kunt uw partnerpensioen helemaal of gedeeltelijk ruilen. Uitruil van € 1,- partnerpensioen levert u ruim € 0,17 extra ouderdomspensioen op.

Deze uitruilfactor is geldig van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013, met dien verstande dat de factor tussentijds gewijzigd kan worden, als:

  • de 25-jaars swaprente gedurende een aaneengesloten periode van 3 maanden een vol procent punt hoger of lager is dan de stand per 31 oktober 2010; dan wel
  • de overlevingstafels worden aangepast.

Ouderdomspensioen inruilen voor een hoger partnerpensioen
U kunt er ook voor kiezen ouderdomspensioen in te ruilen voor partnerpensioen. Meer hierover leest u bij Pensioen inruilen.

Bijzonder partnerpensioen
Gaan u en uw partner uit elkaar, dan heeft uw ex-partner recht op een deel van het opgebouwde partnerpensioen. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Bijzonder partnerpensioen wordt berekend over het ouderdomspensioen dat u hebt opgebouwd tot de beëindiging van de relatie. Uw ex-partner moet na uw overlijden de uitkering van het bijzonder partnerpensioen zelf aanvragen.