Begrippenlijst

A

Actuaris

De actuaris berekent hoeveel premie er nodig is voor een (pensioen)verzekering. En hoe groot het vermogen van een pensioenfonds moet zijn, om de pensioenen te kunnen betalen. Hij maakt bij zijn berekeningen gebruik van de leeftijden van de werknemers, de sterftekansen en van het verwachte rendement van de beleggingen. De actuaris wordt ook wel verzekeringswiskundige genoemd.

Anw

Afkorting van de Algemene nabestaandenwet. De Anw is een uitkering voor partners bij het overlijden van een werknemer. Onder bepaalde voorwaarden hebben partners hier recht op. Het is afhankelijk van de leeftijd, de samenstelling van het gezin, de mate van arbeidsongeschiktheid en het eventueel eigen inkomen van de partner.

AOW

Afkorting van de Algemene ouderdomswet. Alle inwoners van Nederland die sinds hun 15e jaar in Nederland wonen, krijgen AOW als zij 65 jaar zijn. Ook als zij voor een Nederlandse werkgever in het buitenland hebben gewerkt. Als mensen na hun 15e in het buitenland hebben gewoond, of pas na hun 15e in Nederland zijn komen wonen kan de AOW minder zijn.

AOW-gat

Vanaf 1 januari 2015 vervalt de partnertoeslag aan AOW’ers met een partner die jonger is dan 65 jaar. Hierdoor kan het inkomen lager zijn. Dit noemen wij het AOW-gat. Dit is wel tijdelijk. Als de partner ook 65 jaar wordt, ontvangt die ook AOW.
 

B

Bedrijfstakpensioenfonds

Pensioenfonds dat de pensioenregeling voor een hele sector uitvoert. Bedrijfstakpensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf is er een voorbeeld van. In principe vallen alle bedrijven uit de sector hieronder. En dus ook alle werknemers die er werken. Ondernemingspensioenfondsen bestaan ook. Die regelen het pensioen van één bedrijf. 

Bijzonder partnerpensioen

Als u scheidt van uw partner heeft uw ex-partner recht op een gedeelte van het opgebouwde partnerpensioen bij overlijden. Het gaat dan om het pensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk. Dit noemen we het bijzonder partnerpensioen, of het bijzonder weduwe- en weduwnaarspensioen. 

C

Conversie

Het omzetten van pensioen in een ander soort pensioen. Bij scheiding heeft de ex-partner recht op een gedeelte van het ouderdomspensioen van de werknemer. Samen kunnen zij andere afspraken maken over een uit te keren bedrag.
 

Consumentenprijsindex (CPI)

Deze index geeft de gemiddelde stijging van prijzen aan. Er bestaan indexen voor verschillende soorten inkomens. De consumentenprijsindex is de belangrijkste en geldt voor alle huishoudens. U vindt deze index in het Statistisch Bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op basis van deze index kan het pensioen of uw aanspraak op pensioen worden geïndexeerd. 

CSO

Afkorting van Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties. Hierin zijn de gepensioneerden verenigd. In de deelnemersraad van pensioenfondsen behartigt een delegatie van het CSO de belangen van gepensioneerden. 

Cumulatieve verhoging

Pensioenfondsen kunnen ieder jaar een verhoging op de pensioenen en de pensioenen die nog niet zijn ingegaan: de aanspraken. Deze verhogingen worden cumulatief berekend. Dat wil zeggen dat de verhoging wordt berekend over het volledige pensioen, inclusief de verhogingen van voorgaande jaren.
 

D

Deelnemer

In een pensioenregeling spreken wij over deelnemers. Dit zijn de werknemers voor wie tijdens een dienstverband premie wordt betaald aan het fonds. Een deelnemer is ook degene, voor wie de pensioenopbouw na het einde van het dienstverband (vrijwillig) wordt voortgezet.
 

Deelnemingsjaren (werkelijke)

Een onafgebroken periode waarin een werknemer aan het pensioenfonds verbonden is. Dit geldt ook als er een korte onderbreking van bijvoorbeeld een jaar is geweest. 

Deelnemingsjaren (fictieve)

Dit is een periode die we gebruiken bij de berekening van het pensioen. Dat hoeven niet alle gewerkte jaren te zijn. Bijvoorbeeld in het geval van het overlijden voor het pensioen van een werknemer. Dan wordt gekeken naar de periode tot het 65e jaar.
 

Deelnemersraad

In de deelnemersraad van het pensioenfonds zitten werknemers en gepensioneerden. Zij geven gevraagd en ongevraagd advies aan het bestuur van het pensioenfonds.
 

Deeltijd

De deeltijdregeling of parttime regeling is onderdeel van de pensioenregeling en bepaalt op welke manier het pensioen van deeltijders wordt opgebouwd. De regeling garandeert dat deeltijders in verhouding tot fulltime werknemers een gelijk pensioen opbouwen. Natuurlijk wel naar verhouding van hun deeltijdbaan. 

E

Eindloonregeling

Dit is een regeling waarbij het salaris aan het einde van de loopbaan gebruikt wordt als basis voor het pensioen. De pensioenregeling voor het Film en Bioscoopbedrijf heeft de middelloonregeling. Dat betekent dat het gemiddelde van de salarissen tijdens de loopbaan het uitgangspunt vormt bij de opbouw van het pensioen. 

F

Financieel Toetsingskader

Vanaf 2007 is dit het kader waaraan de financiële positie en het beleid van pensioenfondsen wordt getoetst. Het is opgesteld door De Nederlandsche Bank en onderdeel van de nieuwe Pensioenwet. Het bepaalt hoe een pensioenfonds voor haar pensioenen moet zorgen en hoe hierover wordt gerapporteerd. 

Flexibele pensionering

Als werknemers zelf kunnen bepalen wanneer zij met pensioen gaan, dan spreken wij over flexibele pensionering. Bij de pensioenregeling voor het Film en Bioscoopbedrijf kunnen werknemers stoppen met werken tussen hun 55e en 65e jaar. 

Franchise

Dat is het deel van het salaris waarover geen ouderdomspensioen wordt opgebouwd. Dat is namelijk niet nodig. Bij 65 jaar krijgt iedereen van de overheid een AOW-uitkering. Het pensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf komt daar bovenop. De franchise is dus eigenlijk het deel van het loon waarvoor de AOW al in een pensioen voorziet. 

FVP-regeling

Bij werkloosheid kan een beroep gedaan worden op de FVP. Met de FVP-regeling kan dan toch pensioen worden opgebouwd. Dat kan als u:

  • Ontslag krijgt en niet zelf ontslag neemt;
  • En u 40 jaar of ouder bent.

G

Gemoedsbezwaren

Een werkgever of werknemer kan bezwaren hebben tegen de pensioenregeling. Als die ingrijpend zijn, noemen wij het gemoedsbezwaren. In dat geval is het mogelijk dat zij niet hoeven meedoen met de collectieve pensioenregeling. Dat staat zo in de wet. Dat betekent niet dat de werknemer geen premie meer betaalt. Die gaat gewoon door. Die wordt alleen op een andere manier verwerkt. Het geld komt op een soort spaarrekening. Bij pensioen wordt het spaarbedrag aan de werknemer uitbetaald. Of aan zijn nabestaanden als hij eerder is overleden.
 

Geregistreerde partner

Behalve door trouwen kunnen partners ook hun partnerschap laten registreren bij de Burgerlijke Stand. Geregistreerde partners hebben net als echtgenoten recht op partnerpensioen bij overlijden. 

Gewezen deelnemer

Een gewezen deelnemer is een werknemer die niet meer onder het pensioenfonds valt. Meestal gebeurt dit door ontslag of een andere baan in een andere sector.
 

H

Hoog/laag constructie

Hiermee kunt u bij pensioen kiezen of hij eerst een wat lager pensioen wil ontvangen en later wat hoger. Of andersom.
 

I

Indexatie

Zie ook bij de T; Toeslagen
Ieder jaar wordt door het bestuur bekeken of de pensioenen kunnen worden verhoogd. Dit is afhankelijk van de financiële situatie van het fonds. Wij noemen dit toeslag. Hiermee worden de pensioenen op peil gehouden. 

K

Kapitaaldekkingsstelsel

In Nederland gebruiken pensioenfondsen voor de financiering van pensioenen het kapitaaldekkingsstelsel. Dat houdt in dat het fonds voor elke werknemer geld (kapitaal) spaart om straks het pensioen ook uit te kunnen keren. Tegenover het kapitaaldekkingsstelsel staat het omslagstelsel. Daarbij wordt geen geld gespaard. De ontvangen premie wordt in het zelfde jaar nog uitgegeven.
 

L

Loongerelateerd

Het middelloon staat aan de basis van het pensioen bij de pensioenregeling voor het Film en Bioscoopbedrijf. We noemen dit daarom een loongerelateerde pensioenregeling. Bij een middelloonregeling geldt het gemiddelde salaris dat verdiend is tijdens de loopbaan als uitgangspunt voor de opbouw van het pensioen.
 

Lijfrente

Een lijfrente lijkt op een pensioenuitkering. Iedereen kan een lijfrente afsluiten. Of hij nu werkt of niet. De uitkering gaat in op een van te voren vastgestelde leeftijd, bijvoorbeeld 65 jaar. Het loopt door tot het overlijden. Lijfrentepolissen worden vaak ook aangeboden door verzekeringsmaatschappijen als individuele aanvulling op de collectieve pensioenregelingen. 

M

Maximumsalaris

Bij het pensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf kan alleen worden opgebouwd tot een maximumsalaris. Er is dus een bovengrens aan het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd. Dit bedrag wordt ieder jaar bepaald. Werknemers die een hoger salaris verdienen dan dit maximumsalaris bouwen hierover geen pensioen op. 

Middelloonregeling

Bij een middelloonregeling is het pensioen gebaseerd op het gemiddelde van de salarissen van een werknemer tijdens zijn loopbaan. Na 40 jaar pensioenopbouw is dat (samen met de AOW) ongeveer 70% van het gemiddelde loon. Het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf heeft de middelloonregeling.
 

N

Nabestaandenpensioen (zie Partnerpensioen)

O

Ombudsman pensioenen

Als u een klacht heeft, gaat u naar het pensioenfonds. Komt u er niet uit met het pensioenfonds, dan gaat u naar de Ombudsman Pensioenen

Opbouwpercentage

Het opbouwpercentage geeft aan hoeveel pensioen er ieder jaar wordt opgebouwd. Bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf bouwt iedereen vanaf de eerste dag dat zij in de sector werken pensioen op. Dit duurt tot en met de leeftijd waarop de werknemer met pensioen gaat. Wij gaan uit van 65 jaar. Een volledig pensioen wordt opgebouwd bij een voltijds dienstverband en in veertig jaar. 

Ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen is het belangrijkste onderdeel van de pensioenregeling. Het is een levenslange uitkering die in principe ingaat op de pensioenleeftijd van 65 jaar en stopt als u overlijdt. 

P

Partner

De partner is degene met wie een werknemer getrouwd is. Een geregistreerd partner telt ook. Of partners die zich samen hebben laten registreren bij de burgerlijke stand, en niet-geregistreerde partners die samenleven met een samenlevingscontract opgesteld door de notaris. 

Partnerpensioen

In de wet is partnerpensioen een verzamelnaam voor het weduwepensioen, het weduwnaarspensioen, het partnerpensioen voor ongehuwde partners en het wezenpensioen gezamenlijk. De pensioenregeling voor het Film en Bioscoopbedrijf kent een opbouw voor partnerpensioen en wezenpensioen. Hieronder vallen partners gehuwd of geregistreerd en voor de wet erkende kinderen. 

Pensioenaanspraak

Dit is het recht dat iedere werknemer vanaf 23 jaar opbouwt aan toekomstig pensioen. Bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf gebeurt dit vanaf de eerste dag dat hij werkt in de sector.

Pensioenbreuk

Werknemers die bij verschillende pensioenfondsen pensioen hebben opgebouwd hebben een pensioenbreuk. Dat kan gebeuren als een werknemer van baan verandert. Dit geldt niet als een werknemer een nieuwe baan binnen de sector aanneemt. Dan blijft hij bij het bedrijfstakpensioenfonds. Soms kan pensioenbreuk gevolgen hebben voor de pensioenopbouw. Waardeoverdracht kan de nadelen weer goedmaken.

Pensioendatum

De datum waarop het ouderdomspensioen ingaat, noemen we de pensioendatum. Vaak is dat de eerste dag van de maand, waarin de werknemer 65 jaar wordt. Eerder of later stoppen met werken kan ook. Tussen het 55e en 65e jaar. Hoe langer gewerkt wordt, hoe hoger het pensioen.

Pensioengrondslag

Het gedeelte van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd, noemen wij pensioengrondslag. Bij de opbouw van het pensioen houden wij rekening met de AOW-uitkering. Die krijgt iedereen bij 65 jaar. Het ouderdomspensioen van het Film en Bioscoopbedrijf is eigenlijk een aanvulling op de AOW. Daarom wordt niet over het gehele salaris pensioen opgebouwd, maar wordt eerst een franchise afgetrokken. Die is voor iedereen gelijk. Wat overblijft is de pensioengrondslag.

Pensioenreglement

Pensioenfondsen zijn verplicht een pensioenreglement op te stellen. Hierin staan alle afspraken waarop werknemers, hun partners en kinderen kunnen rekenen. Hierin staan bijvoorbeeld de hoogte van de pensioenen, wat er gebeurt bij echtscheiding en de rechten bij arbeidsongeschiktheid.

Pensioensalaris

Hierin zitten de volgende elementen:

  • het salaris over de gewerkte dagen;
  • salaris over vakantie en snipperdagen;
  • toeslagen;
  • vakantietoeslag;
  • aanvulling op ziekengeld cq loondoorbetaling bij ziekte;

Het maximum pensioensalaris wordt elk jaar door het bestuur vastgesteld.

Premie

Het geld dat werknemers en werkgevers afdragen aan de pensioenuitvoerder voor de financiering van het pensioen.

Premievrije aanspraken

Het komt vaak voor dat een werknemer naar een andere sector stapt voor een andere baan. Dan stopt ook de pensioenopbouw bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf. Natuurlijk is het gespaarde pensioengeld wel van hem. Dat kan hij meenemen of laten staan. Als hij het bij ons laat staan, dan noemen wij dit premievrije aanspraken of slaperrechten. Deze gespaarde bedragen kunnen ieder jaar net als de pensioenen worden verhoogd.

Premievrije deelneming

Is een werknemer arbeidsongeschikt? En wordt hij ontslagen? Dan kan hij toch pensioen blijven opbouwen, zonder dat daarvoor premie hoeft te worden betaald. Dit noemen wij premievrije deelneming. Dit is ook mogelijk bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Dan wordt niet de hele premie betaald, maar naar rato van het arbeidsongeschiktheidpercentage.

Prijsindexcijfer

De eventuele verhoging van het pensioen kan worden bepaald aan de hand van de prijsindex. Dit is de gemiddelde stijging van de consumentenprijzen in een bepaalde periode (meestal 12 maanden). Dit gebeurt wel onder voorbehoud. Het is afhankelijk van de financiële positie van het bedrijfstakpensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf of er wordt geïndexeerd.

PSW

PSW is de afkorting voor Pensioen- en spaarfondsenwet. Deze wet heeft als doel de pensioenuitkeringen van werknemers en gepensioneerden veilig te stellen. De belangrijkste regel die hierin staat is dat een werkgever een pensioenregeling moet laten uitvoeren door een pensioenfonds of een verzekeraar.

R

Restcapaciteit

Arbeidsongeschikte werknemers zijn vaak niet voor 100% arbeidsongeschikt. Als een werknemer 60% arbeidsongeschikt is, dan kan hij met werk 40% salaris verdienen. Die 40% noemen we de restcapaciteit.

S

Salaris/diensttijdregeling

De middelloonregeling van het bedrijfspensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf is een salaris/diensttijdregeling. Dit betekent dat de hoogte van het pensioen afhankelijk is van het aantal jaren dat is gewerkt binnen de sector, de hoogte van het salaris en het opbouwpercentage per jaar.

Samenlevingscontract

Een contract waaruit blijkt dat u samenwoont met een partner. Het bedrijfspensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf keert een partnerpensioen uit als het samenlevingscontract door een notaris is opgesteld.

Slapers

Dit zijn werknemers die niet langer werken binnen het Film en Bioscoopbedrijf en dus geen pensioen meer opbouwen. Zij betalen ook geen premie meer. Maar zij hebben nog wel recht op een pensioen, omdat zij geen waardeoverdracht hebben geregeld. Dus staat het gespaarde pensioen nog bij ons.

Sociale Verzekeringsbank

Afgekort is dit SVB. De Sociale Verzekeringsbank voert de volksverzekeringen uit. Voorbeelden hiervan zijn de AOW en de Anw.

T

Toeslagen

Ieder jaar wordt door het bestuur bekeken of de pensioenen kunnen worden verhoogd. Dit is afhankelijk van de financiële situatie van het fonds. Wij noemen dit toeslag. Hiermee wordt geprobeerd de pensioenen op peil gehouden.

V

Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen

Ook wel de VB. Deze vereniging heeft tot doel om de samenwerking tussen bedrijfstakpensioenfondsen te stimuleren en de belangen van deze pensioenfondsen naar buiten toe optimaal te behartigen.

Verevening

Als partners scheiden dan heeft de ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Dat heet verevening. Bij huwelijkse voorwaarden of in het scheidingsconvenant kan door beide partners de afspraak gemaakt worden dat pensioenverevening niet zal plaatsvinden.

Verplichtstellingbesluit

Het verplichtstellingbesluit zorgt ervoor dat de pensioenregeling voor het Film en Bioscoopbedrijf in principe voor alle werkgevers in de sector verplicht is. Hiermee zijn alle werkgevers en werknemers in de sector verplicht de afspraken en regels uit de statuten en het pensioenreglement van het bedrijfspensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf te volgen.

Vrijwillige voortzetting

Door vrijwillig of onvrijwillig ontslag stopt in wezen ook de pensioenopbouw van de werknemer aan de pensioenregeling. Soms komt hij niet automatisch in een nieuwe pensioenregeling terecht. Bijvoorbeeld omdat hij als zelfstandige een onderneming wil beginnen. Hij kan er dan voor kiezen de pensioenopbouw vrijwillig voort te zetten. De gehele premie komt dan voor zijn rekening. Dit kan onder bepaalde voorwaarden en maar voor een bepaalde tijd.

W

Waardeoverdracht

Komt een werknemer nieuw in de sector? En heeft hij al ergens anders pensioen opgebouwd? Dan kan hij dit meenemen naar pensioenfonds voor het Film en Bioscoopbedrijf. Dat heet waardeoverdracht. Het pensioenfonds of de verzekeraar van de oude pensioenregeling draagt het gespaarde bedrag dan aan ons over. Dit moet wel binnen zes maanden gebeuren als het nieuwe dienstverband is ingegaan. Dan zijn pensioenfondsen verplicht mee te werken. Daarna kunnen zij weigeren.

Weduwepensioen / weduwnaarspensioen

Dit zijn de traditionele namen voor partnerpensioen.

Wezenpensioen

De pensioenregeling voor het Film en Bioscoopbedrijf kent een opbouw voor wezenpensioen. Hieronder vallen voor de wet erkende kinderen.